Atheïsme en ingeschapen Godskennis

Je hoort vast weleens de bewering dat ieder mens een ingeschapen besef heeft dat er een God is. Ingeschapen Godskennis heet dat dan. In de Bijbel wordt er een aantal keer naar dit Godsbesef verwezen. Toch zijn er veel mensen die bij hoog en laag beweren dat ze niet in God geloven. Waar is die ingeschapen Godskennis dan bij deze mensen?

Wat zegt de Bijbel?

In de Bijbel gaat het een paar keer over een natuurlijk besef dat er een God is. De bekendste passages hierover staan in Romeinen 1 en 2. Daar zegt Paulus onder meer het volgende:

Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard. Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn. (Rom. 1:19-20)

In hoofdstuk 2 vers 14 en 15 gaat het over het geweten als ingeschapen wet van God. De Bijbel is dus duidelijk: er is een ingeschapen Godsbesef. Maar hoe kan het dat er dan toch zoveel mensen zijn die niet in God geloven?

Vast (on)geloof

Zelf is me altijd die 80-jarige man met longkanker bijgebleven in een ziekenhuis. Toen het ging over mijn geloof, zei hij dat hij niet in hemel en hel geloofde. En al zou het er toch zijn, dan zou hij in de hemel komen en niet in de hel, omdat hij nooit iets kwaads had gedaan. Toen ik aangaf dat ik dat niet durfde te bevestigen, omdat ik niet wist welk oordeel God over hem zou gaan vellen, vond hij dat maar raar. Enfin, we moesten maar over iets anders praten.

De persoon in kwestie had volgens de arts nog ongeveer drie maanden te leven. Toch maakte hij zich geen zorgen over de dood. Dat wijst erop dat hij heel vast geloofde dat er geen God en geen leven na de dood zou zijn. Hoe kan dat? Heeft Paulus dan toch ongelijk gehad? Of is het mogelijk dat mensen op één of andere manier dat natuurlijke Godsbesef onderdrukken?

Kun je Godsbesef onderdrukken?

In de Bijbel en de gereformeerde traditie kun je verklaringen vinden voor het niet geloven in God. Zoals in psalm 14 en 53, waar staat: “De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God.” De achttiende-eeuwse dominee Abraham Hellenbroek zegt: “Het is meer een wensen dan een daadwerkelijk geloven dat er geen God is.” Dat zijn flinke uitspraken. Is het mogelijk dat miljoenen mensen met dwaasheid en wensdenken een ingeschapen Godskennis de mond snoeren?

Om te onderzoeken of dat echt zo is, wil ik eerst eens nagaan of ook wij als belijdende christenen in staat zijn om onszelf te bedriegen. We zullen misschien niet zomaar zeggen dat we niet in God geloven, maar doen we niet op andere manieren aan wensdenken en zelfbedrog?

Zelfbedrog

Veel mensen zeggen christelijk te zijn, maar geven tegelijk aan dat ze geen kind van God zijn. En als ze dan in de Bijbel lezen of in de kerk horen dat ze zich moeten bekeren, dan doen ze dat af met argumenten als: “Ik kan me niet bekeren, dus wat heb ik eraan als ik er mijn best voor doe? Als ik niet uitverkoren ben, dan kom ik er toch niet?”. Deze mensen geloven blijkbaar niet dat wie God vroeg zoeken, Hem zullen vinden. En dat terwijl Hij dat zelf zegt. Ondanks alle beloften die in de Bijbel staan, zeggen ze tegen zichzelf dat God zoeken geen nut heeft.

Een tweede punt waarop christenen zich makkelijk bedriegen is het bestaan van de hel. De hel als plaats van eeuwige straf op de zonde is geen populair idee. De Bijbel geeft weliswaar genoeg aanleiding om te geloven in het bestaan van zo’n plaats en veel mensen zeggen er ook wel in te geloven, maar tegelijk blijven veel van die mensen doorleven zonder zich te bekeren. Zo’n houding getuigt ervan dat hun geloof in een hel en een eeuwige straf toch niet zo diep zit. Ze blijven zichzelf graag bedriegen.

Tot slot zie je vaak dat mensen – ook christenen – niet durven na te denken over hun sterven of de oordeelsdag. Mensen hebben de neiging die gebeurtenissen ver voor zich uit te schuiven. Ze zeggen misschien wel dat elke dag hun laatste kan zijn, maar diep vanbinnen denken ze dat het nog wel een tijd zal duren. En wat de oordeelsdag betreft: die komt pas als het Evangelie overal verspreid is en als de Joden tot Christus zijn gekomen. Dus het zal zo’n vaart niet lopen.

Als wij als christenen eerlijk met onszelf omgaan, zien we dus dat we de woorden van God, die eigenlijk het hoogste gezag moeten hebben in ons leven en die we zouden moeten geloven, vaak niet serieus nemen. Daaruit zouden we kunnen afleiden dat het ook mogelijk moet zijn om een ingeschapen Godsbesef uit te schakelen.

Redenen om niet te geloven

Daarbij komt dat er heel wat redenen te bedenken zijn waarom niet-geloven best redelijk en aantrekkelijk lijkt:

  • Hoe intelligenter een mens is en hoe hoger hij op de maatschappelijke ladder staat, hoe minder tijd en reden hij heeft om überhaupt over godsdienst na te denken.
  • Door het gat dat er lijkt te zitten tussen geloof en wetenschap is het lastig om in een Schepper van het heelal te geloven.
  • Als je de meest basale kennis van God mist, dan kun je makkelijk door een levensgebeurtenis of door andere argumenten overtuigd worden dat er geen God is.
  • Het probleem van het lijden is groter dan ooit. Het dogma van lijden door eigen schuld en de zondeval in het paradijs is lastig te accepteren en te geloven, zeker omdat we tegenwoordig uitgaan van de maakbaarheid van de wereld.
  • Het leven zonder God betekent dat we kunnen doen wat we willen. Het afzweren van God klinkt daardoor zo aantrekkelijk dat we ook wel bereid zijn om een knagend stemmetje vanbinnen de mond te snoeren.

Al met al hebben we als mensen, als we dat willen, munitie genoeg om een ingeschapen Godskennis de kop in te drukken. Bovendien doet de duivel, de ‘vader van de leugen‘, zijn best om ons een handje te helpen.

Op basis van Bijbelse gegevens kunnen we dus zeggen dat God een bepaalde kennis van Zichzelf in ieder mens geschapen heeft. Maar zoals we ook in andere opzichten onszelf kunnen misleiden en de dingen naar onze eigen hand kunnen zetten, kunnen we ook die natuurlijke kennis van God wegduwen. Dat kan de oorzaak ervan zijn dat zoveel mensen er vast van overtuigd zijn dat God niet bestaat.

Dat je het ingeschapen Godsbesef de kop kunt indrukken, laat ook zien dat het iets heel anders is dan de persoonlijke, diepe geloofskennis van God. Die kennis geeft God door Zijn woord en Geest. Maar de natuurlijke Godskennis kan wel een middel zijn waardoor je meer over God wilt weten. Daarom: onderdruk dat Godsbesef niet, maar gebruik het om Hem te zoeken.

Foto door Jaromír Kavan via Unsplash

Advertenties